Close Veiligheidsactie voor gasfornuizen en gaskookplaten: klik hier.

Het huis van de toekomst

Hoe we onze woningen opnieuw uitvinden.

De uitdaging van maatschappelijke veranderingen en vergrijzing dwingt ons nieuwe vormen van samenleving te vinden. Wereldwijd ontstaan er alternatieve woonconcepten.

Thomas Ott ©Thomas Ott

Francesca opent de deur en ziet de toekomst: “Klein maar slim”, aldus de architecte in spé terwijl ze de 7,3 vierkante meter grote kamer inloopt waar ze de komende jaren zal wonen. “Het zou leuk zijn als er wat meer planken waren. Ik heb duidelijk te veel make-up." Francesca is een van de twaalf jonge bewoners van het avantgardistische woonproject Cubity, dat eind 2016 in Frankfurt-Niederrad geopend werd. In de woonkubus, die door de TU Darmstadt ontwikkeld is, bevinden zich naast de kleine werk- en slaapkamers ook een open keuken, een galerij met banken en een centrale marktplaats. Een dorp in een huis, waarin de studenten zich kunnen terugtrekken, maar ook een grote ruimte vinden waar ze ervaringen, meningen en culturen kunnen delen. 's Avonds stroomt het warme licht door de melkachtige kunststofgevel van Cubity waardoor het pand lijkt op een kiemcel van een nieuw tijdperk.

Cubity is slechts een voorbeeld van de vele prototypen, projecten en start-ups waarmee momenteel wordt geprobeerd het wonen opnieuw uit te vinden. Het stedelijke huis van de toekomst moet antwoorden op geheel nieuwe vragen vinden: Hoe kunnen we ervoor zorgen dat woningen in de binnenstad betaalbaar blijven? Hoe ziet een klimaatneutraal appartement eruit? Waar voelen we ons echt thuis? Slechts één ding is zeker: zoals het nu is kan en zal het niet verdergaan.

Deutsche_Fertighaus_Holding_AG ©DFH Deutsche Fertighaus Holding AG

De meest voorkomende woonvormen, de twee- tot vierkamerappartementen in de stad en de eengezinswoning in de buitenwijken, zijn voor kleine gezinnen gebouwd. De trend van samengestelde gezinnen en demografische ontwikkelingen zorgen er echter voor dat de eisen die mensen aan hun woonruimte stellen tijdens hun leven voortdurend veranderen. Vandaag de dag bestaat veertig procent van de Duitse huishoudens uit eenpersoonshuishoudens. Tegelijkertijd stijgt het woonoppervlak per hoofd van de bevolking. In 1950 had een volwassene in Duitsland 15 vierkante meter woonruimte tot zijn beschikking. In 1998 was dit 39 en in 2013 al 45 vierkante meter. We hebben te maken met een tekort aan ruimte, energie en kapitaal.

The_Collective_Old_Oak ©The Collective Old Oak

In het jaar 2050 zal volgens de OECD (Organization for Economic Co-operation and Development) 60 procent van de wereldbevolking in grote steden wonen. Ook een andere internationale organisatie met vier letters, meubelgigant IKEA, schrijft in zijn nieuwste catalogus: “Terwijl steeds meer mensen naar de stad trekken, worden kleine ruimtes het nieuwe droomhuis”. IKEA heeft ook de uittrekbare tafel 'Ingatorp' in het assortiment, omdat “ook veel mensen graag alleen eten”. In een groeiend aantal steden herrijzen zogenaamde micro-appartementcomplexen zoals Carmel Place in New York City of The Collective Old Oak in Londen.

De stadsbewoners van de toekomst zullen moeten inkrimpen. Maar dat hoeft geen slecht nieuws te zijn. “Tegenwoordig bezit de gemiddelde Duitser zo'n tienduizend voorwerpen”, aldus ontwerper Konstantin Gricic, “maar je hebt eigenlijk maar een paar dingen nodig waarmee je een gemeenschappelijke geschiedenis hebt om een veilig thuis te creëren.” Dat geldt natuurlijk met name voor de zogenaamde Sharing-cultuur waarin bezit minder belangrijk is dan speciale ervaringen of bewegingsruimte. Tegelijkertijd zorgen nieuwe technologieën ervoor dat mensen aansluiting bij bepaalde gemeenschappen vinden of de grenzen van wat mogelijk is op magische wijze verleggen.

Ori 4 Lifestyle ©ORI Systems

“Als je niet genoeg resources hebt, moet je efficiënt zijn”, aldus Hasier Larrea, voormalig directeur van het Architectural Robotics Laboratory in Boston MIT. “Met oude oplossingen los je geen nieuwe problemen op. We moeten het ontwerp van onze woonruimte en de bijbehorende levensstijl opnieuw vormgeven.” Larrea moppert over ruimteverslinders als banken, bureaus en bedden die veel ruimte in beslag nemen en maar een deel van de dag worden gebruikt. Zijn idee: “meubels met superkrachten”. Daarom richtte hij in 2017 Ori Systems op. Samen met ontwerper Yves Béhar maakt dit bedrijf modulaire, ombouwbare meubelsystemen “die begrijpen hoe u zich voelt en daarop reageren”. Hun eerste product was een soort blok van planken die met een druk op een kop of aanraking met een vinger om te bouwen is tot bed, bureau of bank.

Common SF ©COMMON

Het huis van de toekomst beschikt over talloze sensoren en past zich aan de behoeften van zijn bewoners aan. Het aanrechtblad wordt een weegschaal; een bed een bureau. Volgens Larrea kunnen “transformeerbare ruimtes” de beschikbare leefruimte verdriedubbelen. Belangrijk daarbij is dat de ervaring “moeiteloos en magisch” is.

Een soortgelijk optimisme is te vinden bij een aantal start-ups die willen voldoen aan de groeiende vraag naar betaalbare en flexibele woonruimte in de binnensteden door een beroep te doen op de gemeenschapszin die de deeleconomie in eerste instantie heeft voortgebracht”, schrijft het Amerikaanse zakenblad Fast Company. Hiertoe behoren bedrijven als Pure House, Krash en Common. De onderneming We.Work, die wereldwijd bedrijvenverzamelruimte exploiteert, heeft 355 miljoen dollar aan venturekapitaal ingezameld voor de oprichting van dochteronderneming We.Live die inmiddels al vestigingen in New York en Washington heeft geopend. Hun motto is “Love your life”.

Roam_Miami_Communal_Patio_Meeting_Tom_Bender Roam Miami Communal Patio Meeting ©Tom Bender

Nog internationaler is Roam, die in Ubud, Bali, Madrid, Miami, San Francisco, Tokio en, natuurlijk, Londen luxueuze co-living- en co-workingprojecten uitvoert. Doelgroep zijn jonge nomaden, die een paar weken of maanden in het buitenland wonen en bij Roam meteen na aankomst gelijkgestemde mensen kunnen ontmoeten.

De lofts en appartementen van Pure House in de New Yorkse wijk Williamsburg worden niet gekenmerkt door avantgardistische architectuur – kleine kamers, een gemeenschappelijke ruimte en moderne kunst aan de muur. Het is eerder de persoonlijkheid van de inwoners die in het oog springt. Pure House is een woonplek voor “creators”, aldus oprichter Ryan Fix. “Regisseurs, artiesten, oprichters van start-ups. Wij nemen de last van het dagelijks leven van hun schouders zodat zij zich op hun projecten kunnen concentreren en hun passie kunnen uitleven.” Een kamer in het co-livingproject kost circa 2.000 dollar per maand – een goede prijs voor het centrum van New York. De appartementen zijn gemeubileerd; de beheermaatschappij biedt een wekelijkse schoonmaakdienst en een maaltijdservice die optioneel met een paar muisklikken besteld kan worden.

“Met oude oplossingen los je geen nieuwe problemen op. We moeten het ontwerp van onze woonruimte en de bijbehorende levensstijl opnieuw vormgeven.“

Fix organiseert yogalessen en gezamenlijke etentjes; sociale contacten worden als meerwaarde in de markt gezet. Ryan Fix zegt hierover: “In normale appartementen kom je alleen in de lift mensen tegen.”

De New York State Assembly heeft harde kritiek geuit op bedrijven als We.Live en Pure House: “Dit zijn een paar mensen die bakken met geld verdienen met hun pseudoversie van een gedeelde economie.” Maar hoe moeten moderne appartementencomplexen worden ontworpen zodat ze niet alleen solitaire wooncellen of welnessclubs voor de wereldelite zijn, maar een ruimte die mensen zich kunnen toe-eigenen en zelf kunnen vormgeven?

Andrew_Alberts R50, ifau und Jesko Fezer | HEIDE & VON BECKERATH ©Andrew Alberts

“Je moet kostenefficiënt bouwen, anders wordt de bewonersgemeenschap te homogeen, het potentieel voor integratie niet benut en dan heb je per ongeluk weer een luxe appartement met een gemeenschappelijke sauna gebouwd”, aldus de Berlijnse architect Jesko Fezer. Hij woont met zijn gezin in het innovatieve appartementencomplex R50, dat hij zelf heeft ontworpen. Het gebouw heeft cirkelvormige balkons die vrij toegankelijk zijn en de interne mobiliteit van het gebouw verhogen. Zo is het eenvoudiger iemand per toeval tegen te komen en bij elkaar op bezoek te gaan. De begane grond en eerste verdieping hebben een grote gemeenschappelijke ruimte waar remedial teaching wordt gegeven en de vele kinderen in het complex pianoles krijgen. En het niet nemen van beslissingen is een van de belangrijkste werktuigen: “Ruimte openlaten die de bewoners zelf kunnen invullen.”

Local_Community_Area_Exterior_View_Riken_Yamamoto ©Riken Yamamoto

Maar niet alleen huizen zullen veranderen, ook stadswijken en buurten. Tokio is een laboratorium voor toegepast stedelijk onderzoek. Met 2.642 mensen per vierkante kilometer is deze metropool een van de dichtstbevolkte plekken ter wereld. Architecten als Ryue Nishizawa en Riken Yamamoto experimenteren al lang met collectieve woonprojecten. “De standaardisering van woningen leidde tot een standaardisering van de gezinnen die er woonden”, schrijft Yamamoto in zijn manifest. In zijn Local Area Model (LAM) zal de stad niet langer zijn onderverdeeld in openbare consumptie-, woon- en leefruimtes waar mensen tussen heen en weer pendelen en daarmee veel energie verbruiken. De woongebouwen van Yamamoto lijken meer op microdorpen waar kleine gezinnen, singles, forenzen en gepensioneerden wonen en elkaar ondersteunen in hun uiteenlopende behoeften. In het LAM zijn kantoren, dagopvang, kantines, gemeenschappelijke ruimtes, winkels en groene zones te vinden. Elke unit heeft dezelfde complexiteit als een stad.

In de 20e eeuw luidde het motto: “My home is my castle.” Onze huizen fungeerden als forten tegen de buitenwereld, maar ze waren ook star en log, en soms zelfs ballast. MIT-onderzoeker Larrea zegt heel nuchter: “Stedelijke ruimtes zijn gewoon te prijzig om statisch en rigide te zijn.” We moeten onszelf en onze woningen veranderen – en snel. “Dit is geen sciencefiction”, aldus Larrea, “dit is de huidige realiteit.”

Tekst: Tobias Moorstedt

Foto boven aan de pagina: ©Riken Yamamoto

Media cart Contact Naar boven